Wijnsoorten: de soorten witte wijn, rode wijn en rosé
Wijn deel je in vier hoofdsoorten in: witte wijn, rode wijn, rosé en mousserende wijn. Het verschil tussen de eerste drie ontstaat vooral bij het maken: hoe lang het sap in contact is met de schillen van blauwe druiven. Binnen elke kleur bepaalt de druivensoort daarna voor een groot deel hoe de wijn ruikt en smaakt. Wie een paar druiven kent, weet dus al veel over wat er in de fles zit. Hieronder vind je de soorten witte wijn, rode wijn en rosé, met per kleur de bekendste druivensoorten.
Hoe de kleur van wijn ontstaat
Bijna alle druiven hebben kleurloos vruchtvlees en dus wit sap. De kleur zit in de schil van blauwe druiven. Hoe langer het sap met die schillen in contact blijft, hoe roder het wordt. Van blauwe druiven kun je daarom in principe witte wijn, rosé en rode wijn maken (bron: Syrah Etcetera).
De schil geeft niet alleen kleur, maar ook tannine. Dat is de stof die je proeft als een droog, stroef gevoel in je mond. Rode wijn heeft er daardoor veel meer van dan witte wijn.
Soorten witte wijn en hun druiven
Witte wijn maak je meestal van witte druiven, zonder lang contact met de schil. Het smaakverschil tussen witte wijnsoorten komt grotendeels van de druif. De bekendste soorten witte wijn:
- Chardonnay: van fris en licht tot vol en romig, met tonen van citrus, tropisch fruit of vanille als de wijn op eikenhout rijpt. Oorspronkelijk uit Frankrijk, nu overal ter wereld.
- Sauvignon Blanc: fris, met citrus, groene appel en gras. Bekend uit de Loire, Bordeaux en Nieuw-Zeeland.
- Pinot Grigio, in Frankrijk Pinot Gris: in Italië meestal licht en droog, met peer en citroen; in de Elzas voller en kruidiger.
- Riesling: aromatisch met een frisse zuurgraad en tonen van perzik, abrikoos en bloemen. Van kurkdroog tot zoet, vooral uit Duitsland en de Elzas.
- Chenin Blanc: veelzijdig, met appel, honing en perzik. Droog, halfzoet of zoet, uit de Loire en Zuid-Afrika.
- Gewürztraminer: vol en geurig, met lychee en rozen, soms iets zoeter.
- Viognier: vol en zacht, met abrikoos en perzik, oorspronkelijk uit de Rhône.
Riesling uit de Mosel smaakt anders dan Riesling uit de Pfalz of de Elzas, zoals je ziet bij de vier gezichten van Riesling.
Soorten rode wijn en hun druiven
Rode wijn maak je van blauwe druiven, waarbij het sap lang op de schillen blijft. Daardoor krijgt de wijn kleur en tannine. De meest aangeplante blauwe druif ter wereld is Cabernet Sauvignon, gevolgd door Merlot (bron: aanplantcijfers van de University of Adelaide). De bekendste rode wijnsoorten op een rij:
|
Druif |
Smaak en stijl |
Bekend uit |
|
Cabernet Sauvignon |
vol, stevige tannine, cassis en blauwe bessen |
Bordeaux, maar wereldwijd aangeplant |
|
Merlot |
soepel en fruitig, pruim |
Bordeaux, vaak in blends met Cabernet |
|
Tempranillo |
rood fruit, met houtrijping tabak en vanille |
Spanje, zoals Rioja en Ribera del Duero |
|
Syrah of Shiraz |
donker en kruidig, zwarte peper en donker fruit |
Frankrijk (Syrah), Australië (Shiraz) |
|
Pinot Noir |
licht en verfijnd, kers, aardbei en framboos |
Bourgogne, ook Nieuw-Zeeland en Californië |
|
Sangiovese |
medium body, levendig zuur, kers en kruiden |
Toscane |
Sangiovese is de basis van Toscaanse topwijnen als Chianti en Brunello di Montalcino. In Piemonte maakt men Barolo uitsluitend van de Nebbiolo-druif, een stevige wijn met veel tannine en zuur. Jong is Barolo daardoor vaak streng, dus bij het kiezen van een Barolo let je vooral op de leeftijd van de fles.
Zoek je rode wijnsoorten die zacht en toegankelijk zijn, dan kom je eerder bij Merlot en Pinot Noir uit. Cabernet Sauvignon en Syrah zijn juist voller en steviger.
Rosé: zo ontstaat de roze kleur
Rosé is geen mengsel van rode en witte wijn. De roze kleur komt van kort contact tussen het sap en de schillen van blauwe druiven (bron: Syrah Etcetera). Wijnmakers gebruiken daarvoor verschillende methoden:
- Directe persing: de blauwe druiven gaan direct na de oogst de pers in, zodat het sap maar kort met de schillen in aanraking komt.
- Saignée: de wijnmaker laat een deel van het licht gekleurde sap uit de gistkuip lopen en maakt daar rosé van, terwijl de rest een geconcentreerdere rode wijn wordt.
- Langer schilcontact: de gekneusde druiven staan koel een tijdje met het sap in contact voordat ze geperst worden.
Daarna maakt men rosé op dezelfde manier als witte wijn. De meeste rosé is bedoeld om jong te drinken.
Mousserende wijn: Champagne, Cava en Prosecco
Mousserende wijn is meestal wit of rosé. Het grote verschil zit in de manier waarop de bubbels ontstaan. Champagne en Cava maak je volgens de traditionele methode, Prosecco volgens de tankmethode. Wijn uit de traditionele methode heeft meer druk in de fles en houdt zijn bubbels na het openen daardoor iets langer vast (bron: Wine Folly).
Droog, zoet, licht of vol
Naast kleur en druif kun je wijn indelen op stijl. Een Riesling of Chenin Blanc bestaat in een droge en een zoete versie. Het verschil zit in de hoeveelheid suiker, dus de droge versies bevatten de minste suiker. Een Chardonnay kan fris of juist romig zijn.
Elke wijnsoort heeft ook zijn eigen serveertemperatuur: mousserende wijn en lichte witte wijn rond 3 tot 7 graden, stevige rode wijn rond 15 tot 20 graden (bron: Wine Folly).
Begin bij de druif
Kleur vertelt je hoe een wijn gemaakt is, de druif vertelt je hoe hij smaakt. Staat er Sauvignon Blanc op het etiket, dan verwacht je iets fris en groens. Bij Cabernet Sauvignon weet je dat er een volle wijn met stevige tannine in de fles zit. Met de dertien witte en blauwe druiven op deze pagina kun je al veel etiketten plaatsen.
